Spelervolgsysteem

Het begrip ‘speler-volgsysteem’is een systeem waarmee kinderen worden geobserveerd, getoetst, gecontroleerd en wel op vaste tijdstippen. Op die manier kan worden vastgesteld in welke mate het kind profiteert van de opleiding en hoe het zich sociaal-emotioneel ontwikkelt. Voor de club is dit een goed middel om de ontwikkeling van spelers te volgen zodat, indien nodig, tijdig de leersituatie kan worden aangepast. De gegevens van de gebruikte formulieren worden vastgelegd in een spelersdossier. Het beoordelingssysteem is eenvoudig van opzet. Maar desondanks kan men er toch ook kritisch mee kijken naar het handelen van het kader. Door het stellen van de eerste vraag , “Gaat het kind graag naar training of wedstrijd?” laat de club duidelijk zien waar haar prioriteit ligt!.

Vorderingen van kinderen kunnen op verschillende manieren worden bekeken:

  • In de eerste plaats kan de vraag gesteld worden wat men wil vastleggen; alleen de scores, de resultaten of ook het bewegingsverloop en de sociaal-emotionele instelling van kinderen.
  • De tweede vraag is wie de vorderingen vastlegt. De trainer alleen, of samen met het kind, waarbij de bewegingsdoelen ook in onderling overleg worden afgesproken.
  • Wanneer men alleen de scores (zoals tijden, afstanden) wil vastleggen, doet men dit dan tegen de achtergrond van een groepsgemiddelde of wordt de score individueel bekeken, waarin het kind met zichzelf vergeleken wordt?
  • Kijkt men in het beoordelingsformulier naar een resultaat, of richt men zich ook op de vraag welke aandacht en welke hulp het kind nodig heeft?

Individuele sporten hebben een iets makkelijker beloningsmogelijkheid. Bijvoorbeeld als je een praktijkexamen Kielbootzeilen haalt, dan mag je zelfstandig zeilen. Zo’n perspectief is bij voetbal nauwelijks aanwezig.

Bij beoordelen van prestaties moet er voor worden opgepast dat deze beoordeling niet het karakter van veroordelen krijgt. Een voetballer die van de tien schoten er acht goed doet en twee fout, kan bijvoorbeeld geprezen worden omdat er acht goed zijn in plaats van zes van de vorige keer. Maar er zullen ook trainers zijn die vinden dat die twee fouten er nog twee te veel zijn. Als zo’n handelswijze systematisch wordt toegepast en wanneer in een vorderingenformulier alleen fouten staan vermeld en niet de positieve punten en vooruitgang, dan is de kans niet gering dat het kind er moedeloos de brui aan geeft.

Pas ook op voor het beruchte ‘groepsgemiddelde’ waarbij vorderingen van kind voortdurend worden vergeleken met het gemiddelde van de groep. Voor kinderen die meestal bij de ‘slechte’ helft ingedeeld zijn, is dat heel onplezierig. Kinderen geven daar snel de betekenis aan  ‘echt slecht’ alsof je door de groepsleiding niet als persoon gewaardeerd wordt.

Essentieel blijft de gedachte dat zeker bij de jonge kinderen tot ongeveer acht jaar, de vorderingen vooral worden bekeken tegen de achtergronden van het individuele kunnen. Bij oudere kinderen kan geleidelijk aan de vergelijking met de leeftijdsgroep worden doorgevoerd, omdat daarmee ook een keuze voor selectieteams kan worden gemaakt, een essentieel kenmerk voor de training en begeleiding in de wedstrijdsport.

Op werkbladen bij spelervolg formulieren kan vooraal de aandacht gevestigd worden op de vraag: ‘Heeft het kind extra aandacht nodig?’  Waarmee direct de relatie met het geven van hulp gelegd wordt. In dit formulier worden aspecten benadrukt als openheid , de manier van omgaan, de leergierigheid en de nieuwsgierigheid.

Kinderen in deze ontwikkelingsfase leren de vaardigheden van de sport. Het is van belang om een aantal basisvoorwaarden van een gemotiveerde leerhouding te lokaliseren. Welke drie kunnen in dit werkblad worden verwerkt?

  1. Het geloof en het plezier van een kind in het eigen kunnen;
  2. Het gevoel dat mensen je waarderen en met je willen omgaan;
  3. Het groeiende gevoel van onafhankelijkheid, dat je dingen kunt ondernemen zonder dat je daarbij op hulp van anderen bent aangewezen.

Hoe staat het met de belastbaarheid?

De motorische capaciteiten van kinderen tussen 8 en 12 worden vaak onderschat. Na het bereiken van een minimale vorm van motorische vaardigheid kunnen trainingsprogramma’s aanzienlijke verbeteringen in vaardigheden bewerkstelligen. Uit verschillende literatuuronderzoeken naar de gevolgen van duurtrainingen  bleek dat deze trainingen een positief effect hebben op de prestaties van kinderen. De prestatietoename werd ook gevonden bij krachttrainingen vanaf negen jaar. Nu hebben veel kinderen een afkeer van langdurige trainingen. Ze zijn daarvoor nog te speels en te snel afgeleid en dat zou ook wel eens een reden kunnen zijn dat deze ‘vroege vogels’, kinderen die op jonge leeftijd dus veel getraind hebben, al vroegtijdig stoppen met sporten. Onderzoek van Bailey en Martin (1998) onder de titel ‘Is earlier better?’deden ze verslag van een onderzoek , waarin 100 kinderen werden gevolgd die soms 70 of 80 mijl per week hardliepen. De onderzoekers vonden nauwelijks blessures, maar de drop-out rate was ‘frightening’. Too much, too soon. Kids burn out. Kinderen waren opgebrand. Bij de vraag naar de belasting van kinderen is zorgvuldigheid geboden. Het spelplezier van het kind lijkt een uitgangspunt voor de training. Niet alles wat kan is, in het kader van belangenbehartiging van het kind, ook wenselijk.

Tips:

  • Als men voor een bepaald systeem kiest om de sportieve vorderingen van kinderen vast te leggen, is het van groot belang dat de hele trainersgroep daar  achterstaat en dat het ook goed met de ouders en de kinderen is doorgesproken.
  • Weliswaar vult de trainer het formulier in, maar geprobeerd moet worden dit samen met het kind te doen. Commentaar van het kind kan op dit formulier worden genoteerd.
  • Het beoordelingssysteem moet ook goed worden onderhouden. Anders verwatert het. Op trainersbijeenkomsten moet er regelmatig de aandacht op worden gevestigd.
  • Het is aan te bevelen om het formulier twee keer per jaar te laten invullen. De jeugdcoordinator vervult hierin een centrale rol. Hij heeft ook de verantwoordelijkheid voor de zorgvuldige administratie.

De club bepaalt zelf het ‘tak van sport gebonden’ gedeelte. Ze bepaalt de aspecten die in ogenschouw genomen moeten worden.
(artikel uit boek Jeugdsport, een verhaal apart)

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.