Keepers warming-up

Een warming-up voor keepers ziet er iets anders uit dan voor voetballers. Hier volgt een korte handreiking voor  een wedstrijd warming-up voor keepers.

Het begin van een wedstrijd mag dan vaak moeilijk zijn, fouten moeten echter worden uitgesloten. Een ijzeren wet voor de doelverdediger die in het belang van het team startklaar aan iedere wedstrijd dient te beginnen. Dus zowel lichamelijk als geestelijk vanaf de eerste seconden op scherp staan. Om dit te realiseren is er de warming-up, de specifieke voorbereiding op een training en wedstrijd. In vele opzichten noodzakelijk, omdat de praktijk in de meeste gevallen uitwijst dat het bekijken van vogels, een extra lang verblijf op het toilet en het vertellen van een mop het lichaam niet klaarstoomt voor een wedstrijd. Daarom is er dus een warming-up.

Allereerst om door middel van een serie oefeningen zoveel mogelijk lichaamssouplesse te krijgen, waardoor de kans op blessures kleiner wordt verkleind, en verder om de persoon in kwestie zowel geestelijk als lichamelijk voor te bereiden op de te leveren inspanning. Een proces dat grondig en efficient dient te gebeuren, wil het enig effect sorteren. Belangrijk daarbij is dat na een rustig en verantwoord begin de moeilijkheidsfactor langzaam maar zeker wordt opgevoerd. De duur hiervan varieert van minimaal 12 minuten tot maximaal 25 minuten, wat afhangt van onder andere terrein-, weergesteldheid lichaamsstructuur en persoonlijke voorkeur van de keeper. Hier volgt een chronologische opbouw van een verantwoorde warming-up voor een wedstrijd:

De voorbereiding zonder bal:

  • Rustig inlopen (daarbij kan de verkenning van het doelgebied worden ingepast)
  • Losmaken schoudergordel (zwaaien met de armen)
  • Losmaken bovenbeen/billen
  • Losmaken kuitspieren
  • Losmaken heupen (draaien)
  • Losmaken liezen
  • Lopen en opspringen met een en tweebenige afzet (kan voor-, zij- en achterwaarts gebeuren)
  • Wat korte versnellingen, sprints

Vervolgens moet de bal bij de warming-up worden betrokken, met als start het inschieten van de doelman. Dit dient te gebeuren door iemand die beseft dat de warming-up er voor de keeper is en weet dat voorkomen moet worden dat de doelman gefrustreerd aan het duel begint . Hiervoor komen NIET in aanmerking: aanvaller of aanvallende middenvelder. Die graag wil laten zien hoe vaak en mooi hij scoort. WEL geschikt zijn: trainer, hulptrainer, libero (hij moet tijdens de wedstrijd tenslotte veel met de doelman samenwerken), een serieuze wisselspeler en de reserve-doelman (mits de onderlinge verhouding goed is). Wat de bal betreft is het meest ideale om de wedstrijdbal direct al bij de voorbereiding te gebruiken. Indien dit niet mogelijk is dan een bal die er veel op lijkt. Het is erg zinvol om al tijdens de doordeweekse training met dezelfde ballen te werken als waarmee in het weekeinde kan worden gespeeld. De voorbereiding met bal  (kan in het doel gebeuren, hoeft echter niet als de terreinomstandigheden dit niet toelaat):

A – Het inschieten vanaf vijf meter afstand van de doelverdediger op het lichaam en reikhoogte (ballen op borst-, maag-, hoofd-, knie-, dijbeen-, en reikhoogte) Het is belangrijk dat de keeper eerst een goed balgevoel krijgt. Daarna pas het zogenaamde val- en duikwerk.

B – Ballen aanspelen op spronghoogte

C – Lichaam voorbereiden op vallen, vanuit zit vangen, rollen en teruggooien. Daarna vanuit kniezit, hurkzit en stand.

D – Het doel in. Heeft te maken met positiegevoel.

E – Vanaf elf meter gevarieerd schieten op doel.

De keeper moet alles ‘net-aan’ kunnen pakken. Probeer zo min mogelijk stilliggende ballen te schieten. Voor de doelman geldt tijdens deze voorbereiding om alle ballen zo geplaatst mogelijk terug te gooien, vanaf de grond te schieten (doeltrap) en uit te trappen.

F –  Het geven van voorzetten: korte voorzet vanaf de achterlijn tussen doel en zestien metergebied; lange voorzetten vanaf de zijlijn tussen de achterlijn en lijn zestien meter (eventueel met medespeler die met de doelman mee springt).

G –  Afrondend een serie voluit geschoten ballen vanaf de rand strafschopgebied.

Opmerking: Zorg dat de laatste bal van de warming-up een goede redding van de doelman is. Dit werkt in mentaal opzicht meestal erg positief.

Vat een warming-up altijd serieus op. Maak voor jezelf uit wat het beste is. Met name de wat oudere keepers hebben door de jaren heen voor zichzelf al een speciale warming-up ontwikkeld, waar ze zich het prettigst bij voelen. Zorg dat deze voorbereiding goed is en zoveel mogelijk hetzelfde. Ook bij ogenschijnlijk onbeduidende wedstrijden. Juist bij dergelijke wedstrijden is het gevaar op blessures en vormverlies het grootst, omdat de concentratie en voorbereiding beneden peil is gebleven. Het is namelijk maar al te vaak gebeurd, dat een periode van vormverlies bij de keeper startte na een wedstrijd die door hem niet al te serieus werd genomen.

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.