Oefenvormen – Partijvorm “Lijnvoetbal 2 tegen 2”

Voorbeeld uit KNVB opleidingboek “Zo doen wij dat effies” blz. 62

Het speelveld:

20 x 12 meter, waarvan het scoorvak 12 x 2 meter is.

Spelverloop

De balbezittende partij probeert via samenspel aan de overkant te scoren door de baal over de doellijn te dribbelen en in het scoorvak te stoppen. De tegenpartij probeert dit te voorkomen en ook te scoren.

Voorbeeld

De trainer speelt als partij-ongebonden speler met de kinderen het voorbeeld, legt de regels uit en laat vooral duidelijk zien hoe er kan worden gescoord.

Spelregels en regelingen

  • Starten met de bal vanaf eigen doellijn; een speler mag de bal uitnemen.
  • Na de score wordt de bal weer vanaf de eigen doellijn uitgenomen door een speler van de partij waarbij is gescoord. (de tegenstanders moeten in eerste instantie op eigen helft staan.
  • Er wordt een partijtje gespeeld tot drie punten.
  • Speelt een partij de bal buiten dan mag de andere partij de bal innemen door middel van dribbelen.

 Veranderingen

  • Variatie in de afmetingen van het speelveld: Vergroot het speelveld wanneer blijkt dat om de twee seconden van balbezit wordt gewisseld. Er ontstaat een kluit van spelers omdat ze te weinig ruimte hebben om via samenspel tot score te komen.
  • Variatie in het aantal spelers. Ga van kleine aantallen van overtal naar gelijke aantallen, wanneer blijkt dat de balbezittende partij telkens te gemakkelijk scoort en de verdedigers er niet aan komen. Bijvoorbeeld van 3 tegen 2 naar 3 tegen 3.

Leermomenten

Voor de balbezitter:

  • De bal over de lijn in het scoorvak dribbelen.
  • Kijken waar medespeler vrij staat en de bal buiten bereik van de verdediger aanspelen
  • In een vrije ruimte met de bal gaan lopen, waarbij eenvoudige richtingsveranderingen en stops kunnen worden gemaakt.
  • De bal voor tegenspelers afschermen door zich tussen de bal en de tegenspeler te

Serse Cosmi – Trainer Perugia Seizoen 2003-2004

In SP!TS Magazine verscheen op donderdag 19 februari 2004 een groot artikel over de tegenstander van PSV in het Uefacuptoernooi, het Italiaanse Perugia. Stukje werd geschreven door Dave Endt en Pascal van Wessel.

 

Serse Cosmi (trainer) – Coach zijn bij Perugia is een ondankbare taak. Niet alleen in de laatste plaats vanwege voorzitter Gaucci die in dertien jaar meer dan twintig trainers versleet. Cosmi doet het echter opvallend goed. De temperamentvolle oefenmeester (45) is bezig aan zijn vierde seizoen bij de biancorossi. Cosmi verstaat de kunst van het beter maken van spelers. Dit tot groot genoegen van de president die daardoor regelmatig flinke transfersommen kan opstrijken. De relatie tussen Gaucci en Cosmi is moeilijk te beschrijven. Ze gedogen elkaar, al vliegen ze elkaar ook geregeld in de haren. Zo kan Gaucci het bij trainingen niet laten om het veld op te stappen en de spelers af te blaffen. Ook blijft hij zijn coach onder druk zetten om de talentloze Al Khadaffi op te stellen. Heethoofd Cosmi blijft dat categorisch weigeren. David Endt is een groot bewonderaar van de trainer. Hij heeft kaarten geregeld voor PSV-Perugia om Cosmi in levenden lijve te zien: ,,Ik wil hem ontmoeten, in de ogen kijken.”

Endt vervolgt: ,,Serse Cosmi is geboren onder de rook van Perugia, aan de rivier de Tiber. Van jongs af aan voelde hij een diepgewortelde liefde voor de club, meegekregen van zijn vader. Cosmi was vroeger een fanatiek supporter. Hij stond altijd op de staantribune waar hij ook de spandoeken maakte. Als voetballer schopte Cosmi het niet verder dan de hoogste afdeling van de amateurs. Een blessure stond hem in de weg. Trainer worden van Perugia was altijd zijn droom, die hij voor zichzelf en zijn overleden vader wilde verwezenlijken.”

,,De onderwijzer Cosmi heeft een op motivatie geschoeide werkwijze,

Clubbladartikel 10 – Ouders als toeschouwer

Enkele tips om het goede voorbeeld te geven als u aanwezig bent bij een training of wedstrijd van uw kind:

  • Moedig alle spelers aan. Voor (jeugdige) sporters is het fantastisch om aangemoedigd te worden. Het zou sneu zijn als alleen de kinderen aangemoedigd worden waarvan de ouders aanwezig zijn en luidkeels durven aan te moedigen!
  • Laat niet merken als u zich ergert aan het spel van uw kind of sprotgenoten. Laat niet merken dat u ontevreden bent over bepaalde acties. Zeker als u zelf sport weet u dat het niet altijd zo gaat als u zou willen. als kinderen merken dat een ouder ontevreden is (door bijvoorbeeld grapjes als: “Deze week geen zakgeld” of ooooh-geroep) dan zal dat hun spel eerder negatief beinvloeden dan positief.
  • Leg u direct bij de beslissingen van scheidsrechter neer. Realiseer u hierbij dat verschillende mensen elke situatie ook verschillend zien. De scheidsrechter heeft het recht te beslissen zoals hij het ziet. Protest van publiek heeft dan geen zin. Bovendien is dit erg vervelend voor de scheidsrechter. die zo vriendelijk is om in zijn vrije tijd een wedstrijd te komen begeleiden. En niet in de laatste plaats is het voor de sporters en begeleiders enorm vervelend als het publiek zich met de leiding van de wedstrijd gaat bemoeien. U denkt daar misschien de club mee te helpen, maar deze ‘soms goed bedoelde hulp’ werkt juist vaak tegen de club. Bovendien is dit voorkinderen en jongeren het slechte voorbeeld.
  • Blijf tijdens de wedstrijd in het gebied dat bestemd is voor toeschouwers.
  • Geef de trainer/coach geen adviezen met betrekking tot zijn taak, ook al zijn ze goed bedoeld.
  • Geef u kind of andere kinderen geen aanwijzingen tijdens de training of wedstrijd. Buiten dat kinderen dit vaak niet waarderen, is het ook erg verwarrend om van twee verschillende

Jeugdkeeperstraining

Maar kenners zeggen ook dat het misschien zo lijkt, maar niet waar hoeft te zijn, omdat de ene generatie niet met de andere te vergelijken is. Bovendien is het keepen moeilijker geworden. De wegdraaiende voorzet zie je bijvoorbeeld vaker dan tevoren. Van de keeper wordt meer en meer geëist dat hij meevoetbalt en niet alleen zijn doelgebied verdedigt.

Bij de jeugd gaat het in ieder geval voornamelijk om de technische basis. Het is pas zinvol echt aan keeperstraining te doen bij tien- en elfjarigen. Tot die leeftijd is het wellicht het beste als er gerouleerd wordt. Steeds een ander in de goal, ook in wedstrijden, heeft een aantal voordelen. Ten eerste krijgt iedereen zodoende enige ervaring met het keepen. Nu komt het nog regelmatig voor dat een jongen van veertien ineens per ongeluk  in het doel komt te staan, het leuk vindt en blijft keepen. Op de tweede plaats is keepen, zoals eerder geschreven, meer dan het stoppen van schoten alleen. Een keeper voetbalt mee. Dus moet hij ook kunnen passen, trappen, koppen en hij moet een sliding kunnen maken, zelfs een slidingtackle! Dat kan, als de toekomstige keeper tijdens zijn eerste jaren de technieken van een veldspeler aanleert. Bovendien is het prettig dat een keeper, wanneer hij dat op een gegeven moment wil, zonder moeite kan overschakelen naar het veldspel. Dat kan gemakkelijk, want hij heeft vanaf zijn zesde eigenlijk steeds gewoon gevoetbald. Er zijn natuurlijk uitzonderingen. Het komt zeker voor dat een jongen van negen helemaal bezeten is van het keepen en niks anders wil. In dat geval is het geen probleem dit spelertje dan al kennis te laten maken met de basistechnieken. Het gaat erom dat het spel er is voor de jeugd en niet andersom.

Wie op zijn zesde begint, heeft in ieder geval vier …

Keepers warming-up

Een warming-up voor keepers ziet er iets anders uit dan voor voetballers. Hier volgt een korte handreiking voor  een wedstrijd warming-up voor keepers.

Het begin van een wedstrijd mag dan vaak moeilijk zijn, fouten moeten echter worden uitgesloten. Een ijzeren wet voor de doelverdediger die in het belang van het team startklaar aan iedere wedstrijd dient te beginnen. Dus zowel lichamelijk als geestelijk vanaf de eerste seconden op scherp staan. Om dit te realiseren is er de warming-up, de specifieke voorbereiding op een training en wedstrijd. In vele opzichten noodzakelijk, omdat de praktijk in de meeste gevallen uitwijst dat het bekijken van vogels, een extra lang verblijf op het toilet en het vertellen van een mop het lichaam niet klaarstoomt voor een wedstrijd. Daarom is er dus een warming-up.

Allereerst om door middel van een serie oefeningen zoveel mogelijk lichaamssouplesse te krijgen, waardoor de kans op blessures kleiner wordt verkleind, en verder om de persoon in kwestie zowel geestelijk als lichamelijk voor te bereiden op de te leveren inspanning. Een proces dat grondig en efficient dient te gebeuren, wil het enig effect sorteren. Belangrijk daarbij is dat na een rustig en verantwoord begin de moeilijkheidsfactor langzaam maar zeker wordt opgevoerd. De duur hiervan varieert van minimaal 12 minuten tot maximaal 25 minuten, wat afhangt van onder andere terrein-, weergesteldheid lichaamsstructuur en persoonlijke voorkeur van de keeper. Hier volgt een chronologische opbouw van een verantwoorde warming-up voor een wedstrijd:

De voorbereiding zonder bal:

  • Rustig inlopen (daarbij kan de verkenning van het doelgebied worden ingepast)
  • Losmaken schoudergordel (zwaaien met de armen)
  • Losmaken bovenbeen/billen
  • Losmaken kuitspieren
  • Losmaken heupen (draaien)
  • Losmaken liezen
  • Lopen en opspringen met een en tweebenige afzet (kan voor-, zij- en achterwaarts gebeuren)
  • Wat korte versnellingen, sprints

Vervolgens moet de bal bij de warming-up worden betrokken, met als start het …

Taken en functies van een elftal

Speelwijze, formatie/systeem en veldbezetting

De wijze waarop een elftal speelt is over het algemeen terug te zien in de formatie/het systeem van de spelers in het veld. Er wordt gesproken van bijvoorbeeld een 4-3-3 0f 3-4-3 of 4-4-2 formatie. In welke formatie(systeem) er ook wordt gespeeld, spelers dienen zich te houden aan de bij die formatie horende veldbezetting.

De keuze van een speelwijze en de daarbij te hanteren formatie heeft vooral te maken met de karakteristieken van de spelers. Verder met o.a. het belang van de wedstrijd  (opleiding jeugdspelers, of winnen van een competitie?) weerstand, stand in de competitie e.d.

Elke formatie kent min of meer zijn eigen veldbezetting. Bij elke formatie en de daarbij behorende verschillende posities zijn taken en functies te onderscheiden. Belangrijk is dat iedere speler deze taak en die van zijn medespelers kent. Naast het kennis hebben van deze taken gaat het er vervolgens om er in de wedstrijd naar te handelen.

De uitvoering van de taken door de spelers is afhankelijk van het inzicht in het spel, het herkennen van voetbalsituaties. Tevens moeten de spelers over voldoende technische vaardigheid beschikken en het vermogen hebben te communiceren met de omgeving (T.I.C.)

De meest logische veldverdeling/veldbezetting zeker in het kader van het jeugdvoetballeerproces, is de keeper, drie verdedigers, drie middenvelders, en drie aanvallers. Rest dan nog een speler. Afhankelijk van niveau, bedoeling van de wedstrijd en fase van het leerproces kan deze positie worden ingevuld:

  •  Achter de drie verdedigers
  • Voor de drie verdedigers
  • Wisselend voor, achter, of tussen de 3 verdedigers.
  • Extra op het middenveld, bijvoorbeeld in een ‘ruit’ formatie
  • Extra aanvaller, als schaduwspits achter een diepe spits

In de uitwerking van de diverse taken wordt in ons voorbeeld uitgegaan van een 4-3-3 formatie. De taken en functies die bij het spelen van deze formatie om …

Wedstrijdvoorbereiding

Mijn ervaring is dat de spelers zich het gemakkelijkst voelen als iedere wedstrijd op dezelfde manier wordt voorbereid. Waarom…?

Jonge spelers zijn zeer snel afgeleid. Tegelijkertijd is ook bewezen dat kinderen veel waarde hechten aan regelmaat. Als er onverwachte dingen gebeuren zijn ze snel afgeleid en gaat de volle aandacht naar het nieuwe, onbekende, uit. Om ervoor te zorgen dat de spelers zo ‘geconcentreerd’ mogelijk aan de wedstrijd beginnen en er vanaf de eerste minuut in ‘vliegen’, is een gedegen regelmatige wedstrijdvoorbereiding noodzakelijk. Dit kan de prestaties van een wisselvallig spelend team enorm verbeteren. Je hoort vaak genoeg langs de lijn toeschouwers verzuchten… “Ik snap het niet…, vorige week speelden ze de sterren van de hemel en nu bakken ze er niets van…”

Nu kan geen enkele coach ervoor zorgen dat zijn team altijd ‘in vorm’ is, maar hij kan door een bepaalde wedstrijdvoorbereiding er wel voor zorgen dat er ruimte is voor een optimale aandacht voor de komende partij. Bij topploegen is de hele voorbereiding vaak tot op de seconde nauwkeurig ingedeeld. Deze voorbereiding kan alleen maar werken als iedereen zich exact aan de afgesproken tijden houdt. Kom er maar 1 speler iets te laat dan loopt dat schema spaak. Gevolgen? De aandacht verslapt en de zo zorgvuldig opgebouwde voorbereiding wordt verstoord.

Hieronder een voorbeeld van een mogelijk tijdschema voor aanvang van iedere wedstrijd.

45 minuten voor aanvang van de wedstrijd – Naar de kleedkamer, omkleden, eerste plaspauze en in de kleedkamer verzamelen voor warming-up.

30 minuten voor aanvang van de wedstrijd – Gezamenlijk als gehele groep naar het veld en begin van de Warming-up.

De spelers gaan in wedstrijdtenue met trainingsjack aan het veld op voor wat lichte loop- en sprintoefeningen. Daarna in kleine groepjes het inspelen van de bal. Ook moet de keeper goed worden ingeschoten. …

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.